De fiscale regels en de eigenwoning

Fiscale regels met betrekking tot de eigenwoningschuld

Er is een aantal hypotheekregels die zijn ontstaan vanaf 2001. Hieronder staat een beknopte weergave van de regels die er zijn. De teksten zijn slechts bedoeld om algemene informatie te verstrekken; de wetgeving is zo complex dat onmogelijk alle regels en uitzondering hier volledig beschreven kunnen worden.

  • Alleen de rente over een hypotheek die is opgenomen voor de aankoop, verbetering of financiering van een eigenwoning is fiscaal aftrekbaar. Dit zijn eigenwoningschulden.
  • Hypotheekrente over een hypotheekschuld is sinds 2001 voor 30 jaar aftrekbaar over hoofdsom bij aanvang van de financiering.
  • Overwaarde bij verkoop moet worden geïnvesteerd in de nieuwe woning; het nalaten hiervan zorgt ervoor dat de rente over het niet ingebrachte deel niet aftrekbaar is.
  • Bestaande eigenwoningschulden per 31-12-2012 vallen onder overgangsrecht.
  • Iedere starter moet sinds 01-01-2013 de volledige financiering aflossen op directe manier; d.w.z. dat alleen aflossing op basis van een lineair of annuïtair schema is toegestaan om renteaftrek te kunnen genieten.
  • Er kunnen geen nieuwe aflossingsplannen worden afgesloten die op indirecte wijze, met belastingvoordeel, zorgen voor aflossing van een eigenwoningschuld. Te denken valt aan spaar- en beleggingsverzekeringen.
  • Bestaande aflossingsplannen per 31-12-2012 kunnen worden voortgezet in de huidige vorm of met behoud van fiscale vrijstellingen bij een nieuwe geldverstrekker of verzekeraar.
  • Het op te bouwen gegarandeerde kapitaal in een fiscaal spaar- of beleggingsplan mag sinds 01-04-2013 niet worden verhoogd. Ook mag de looptijd niet worden verlengd.
  • De toedeling van een gezamenlijke eigenwoning aan een toekomstige ex-partner, bij het beëindigen van een relatie, wordt gezien als een aan- en verkoop, hetgeen inhoudt dat de financiering hiervan voor de koper valt onder de nieuwe aflossingsregels.