Oproep: Maatwerk voor vertrekkende partner na relatiebreuk

Oproep: Maatwerk voor vertrekkende partner na relatiebreuk

Er is binnen de huidige wet- en regelgeving expliciete uitleg gegeven over hoe geldverstrekkers mogen toetsen bij een dossier waarbij een partner, eventueel met een nieuwe partner, een reeds in bezit zijnde woning wil behouden.

De zogenaamde beheertabellen mogen worden toegepast. Deze tabellen leiden tot een ruimere verstrekking dan de reguliere acceptatietabellen.

Wanneer er sprake is van een relatiebreuk, waarbij één partner in de gezamenlijke woning achterblijft, dan betekent dit ook dat de ander vertrekt.

Vaak is het zo dat de meestverdienende partner de enige is die een woning en de bijbehorende financiering op eigen naam, zelfstandig kan voorzetten.

De minstverdienende partner moet op zoek naar een nieuwe woonruimte.

Dit levert vaak wrange uitkomsten op. Op basis van beheernormen had deze persoon aanmerkelijk meer kunnen financieren dan op basis van acceptatienormen.

Het is lastig om dit uit te leggen. “Wanneer je in de huidige woning zou blijven, dan was op basis van de mogelijke beheerstoets een financiering van € 190.000,= mogelijk. Dat is niet voldoende om de financiering volledig op eigen naam voort te zetten. Je moet op zoek naar een nieuwe woning. Helaas gelden er dan andere normen. Op basis van deze andere, acceptatienormen, is de maximale financiering € 138.000,=.”

Regelmatig hebben we situaties waarbij we bovenstaande moeten vertellen. Het gevolg is dat de vertrekkende partner niet de gewenste woning kan kopen. Omdat het niet past binnen de toe te passen normen.

Het beheerbeleid is onvolmaakt. Het is slechts gericht op de achterblijvende persoon. Maar inherent aan een relatiebreuk: er is dan ook een vertrekkende partner.

Deze kwetsbare groep zou beter ondersteund moeten worden bij de (nieuwe) toetreding op de woningmarkt.

Wanneer er een financiering is verstrekt met Nationale Hypotheekgarantie, op een woning, waarbij er 2 personen eigenaar en bewoner zijn, dan heeft alleen de achterblijvende persoon de mogelijkheid om in het kader van woningbehoud getoetst te mogen worden op de fors ruimere beheernormen.

NHG staat borg voor beide personen. Erkend zou moeten worden dan bij relatiebreuk er niet alleen gekeken moet worden naar de financiering op de bestaande woning en de achterblijvende partner, maar ook naar de situatie die ontstaat voor de vertrekkende partner.

Als de gedachte is dat de beheernormen mogen worden toegepast om ongewenste situaties te voorkomen, zoals gedwongen verkoop en “dakloos” raken, dan is het niet vreemd om deze gedachte door te trekken en toe te passen op de vertrekkende partner.

Het is logisch dat na een relatiebreuk iemand de woning verlaat. Het toepassen van andere normen bij de beoordeling van de maximale verstrekking, ten opzichte van de ex, de achterblijver, zorgt ervoor dat er onderscheid ontstaat tussen de achterblijvende en vertrekkende partner.

Bij beide personen is de wens of noodzaak aanwezig om woonruimte te hebben nadat de relatie is afgewikkeld.

Deze oproep is bedoeld om het mogelijk te maken dat wanneer er sprake is van relatiebeëindiging, ook de vertrekkende partner aanspraak kan maken op de ruimere normen.

Hiervoor zou dan wel een aantal anti-misbruikregels moeten worden ingevoerd. Je moet voldoen aan de volgende eisen:

  • De relatie heeft minimaal 5 jaar bestaan. Dit moet worden aangetoond door middel van een uittreksel van het BRP van de vertrekkende partner en de aanvrager.
  • Er was sprake van een affectieve relatie. Dit moet worden aangetoond door middel van een samenlevingscontract of bewijsstukken ten aanzien van een huwelijk of geregistreerd partnerschap
  • De nieuwe rentevaste periode is minimaal 10 jaar
  • De nieuwe financiering wordt uiterlijk 6 maanden na de notariële toedeling aan de ex aangevraagd
  • De nieuwe financiering moet opnieuw met NHG-borgstelling worden afgesloten

Met het toepassen van deze normen heeft de vertrekkende partner dezelfde mogelijkheden als de achterblijvende partner.

Woningbehoud is weliswaar niet het doel, maar gezien het urgente karakter zou in deze situaties een ruimere verstrekkingsnorm passend zijn.

De motivatie hiervoor is meerledig:

  • Op deze manier is de toetsing voor de vertrekkende en de achterblijvende partner gelijk.
  • De veelal “zwakkere” partner die de financiering niet volledig op naam kon voorzetten heeft een meer realistische kans op de woningmarkt.
  • Het verkrijgen van een huurwoning is vaak zeer lastig.
  • Huurlasten zijn vaak fors hoger dan de maandlasten op basis van een hypotheek (ook op basis van beheernormen)
  • De borgstelling van NHG, die (beide) kredietnemers zou moeten beschermen en helpen, komt op deze manier beide kredietnemers in gelijke mate toe.
  • Niet de woningfinanciering en de woning wordt centraal gesteld, maar het klantbelang wordt belangrijk (-er) gemaakt.
  • Van overkreditering is geen sprake. Bij woningbehoud zouden dezelfde lasten ook verantwoord zijn.

Door het toepassen van bovenstaande systematiek worden zeer veel problemen opgelost. De betaalbaarheid van een koopwoning is zelden het probleem. Het probleem zit vooral in de normering van de maximale hypotheek, waardoor de woonwensen niet ingevuld kunnen worden.

Hierdoor moet de vertrekkende partner vaak een huurwoning of een goedkope koopwoning betrekken. Terwijl de achterblijvende partner de mogelijkheid geboden heeft gekregen om veel soepeler getoetst te worden. Dit wordt als zeer onrechtvaardig ervaren. Zowel door de vertrekkende partner als door ons. Maatwerk vinden we noodzakelijk in deze situaties.