Schulden en het BKR

Schulden en het BKR

Het verkrijgen van een hypotheek wanneer er schulden zijn is mogelijk. Wel zal de hoogte van de schulden van behoorlijke invloed zijn op de maximale lening op basis van het inkomen.

Er moet onderscheid gemaakt worden in het soort schuld dat er is (of gaat komen). Deze schulden staan hieronder beschreven. Daarnaast wordt ook de rol van het BKR beschreven.

Consumptieve schulden

De meest voorkomende consumptieve schulden zijn de roodstandfaciliteit op de betaalrekening, de creditcard, de persoonlijke lening en het doorlopend krediet. Daarnaast vallen ook winkelpasjes, leaseovereenkomsten, autofinancieringen en uitgestelde betalingen onder consumptieve kredieten.

Het is inmiddels in de wet opgenomen hoe een geldverstrekker dient om te gaan met de beoordeling van consumptieve schulden in relatie tot de maximale lening op basis van het inkomen. De mee te nemen lasten worden, ongeacht openstaand saldo gesteld op 2% van de bij het BKR ingeschreven bedrag.

Voorbeeld doorlopend krediet:

Iemand heeft een doorlopend krediet van € 15.000,=. Er staat nog een saldo open van € 5.000,=. Ongeacht het niet opgenomen saldo van € 10.000,= zal een geldverstrekker toetsen op de maximale kredietfaciliteit. Dit komt neer op 2% van € 15.000,= = € 300,=. Het gevolg hiervan is dat het te lenen hypotheekbedrag fors verlaagd wordt. Een oplossing kan zijn het verlagen van het maximale kredietbedrag naar het openstaand saldo.

Voorbeeld persoonlijke lening:

Iemand heeft een persoonlijke lening gevraagd van € 8.000,=. De bijkomende rente en kosten zijn gedurende de looptijd van 10 jaar een totaal bedrag van € 10.000,=. Dit bedrag wordt als financiële verplichting gemeld bij het BKR. Na 8 jaar is er nog een openstaand saldo van € 2.000,=. Ondanks dat het openstaande saldo nog € 2.000,= bedraagt zal de geldverstrekker toetsen door 2% van de inschrijving bij het BKR, in dit geval dus € 200,=. Het aflossen van het openstaande saldo, uit eigen middelen, is de enige manier waarop de leencapaciteit wordt hersteld.

Voorbeeld roodstandfaciliteit:

Iemand kan bij zijn bank rood staan tot een bedrag van € 1.500,=. Er is nooit sprake van roodstand. Toch zal de geldverstrekker deze faciliteit zien bij het BKR. 2% van € 1.500,= wordt meegenomen als last in het bepalen van de hypotheekmogelijkheden, dus € 30,= als maandelijkse verplichting. Het opheffen van de roodstandfaciliteit verhoogt dus het bedrag dat je kunt lenen.

Voorbeeld creditcard:

Er zijn verschillende soorten creditcards. Een creditcard die op gespreid betalen staat, wordt gezien als kredietfaciliteit. Door gespreid betalen op te heffen is het geen kredietfaciliteit meer volgens de normen van het BKR. Opheffen van een creditcard is dus niet altijd nodig en wenselijk, het opheffen van de gespreid betalen mogelijkheid wel. Dit is vaak online direct te regelen. 

Voorbeeld leaseovereenkomst (private lease):

Een veel voorkomende leaseovereenkomst wordt afgesloten voor een auto. Dit is een financiële verplichting. Deze wordt dan ook meegenomen in de beoordeling van de maximale hypotheek door een geldverstrekker. Er wordt uitgegaan van de bij het BKR geregistreerde saldo als kredietsom. Bij het aangaan van een leaseovereenkomst wordt door de leasemaatschappij gemeld dat er melding wordt gemaakt bij het BKR en dat er ook bij het BKR getoetst wordt op kredietwaardigheid. 

Aantonen van het aflossen van schulden en / of positief saldo op betaalrekening

Indien er lopende kredieten zijn voor of ten tijde van het aanvragen van een hypotheekofferte dan zal moeten worden aangetoond dat deze uit eigen middelen worden of zijn afgelost.
Indien een kredietfaciliteit wordt afgelost, dan zal het contract ook moeten worden beëindigd (afgemeld) bij het BKR. Het BKR heeft een verwerkingstijd. Om volledig aantoonbaar te maken dat een financiering uit eigen middelen wordt afgelost zullen de volgende stukken altijd worden opgevraagd door de geldverstrekker:
  • Kopie contract kredietovereenkomst of document waaruit de limiet blijkt
  • Kopie recent saldo van de kredietfaciliteit
  • Kopie bewijsstuk van 0- of positief saldo
  • Kopie bewijsstuk van geldgever dat lening is ingelost en zal worden afgemeld bij het BKR
  • Kopie bewijsstuk eigen middelen voldoende voor inlossing openstaand saldo
  • Kopie bewijsstuk overboeking vanuit eigen middelen naar openstaand krediet
De aangeleverde stukken moeten op elkaar aansluiten. Dat betekent concreet dat op het document waaruit de limiet blijkt het contractnummer moet zijn vermeld. Tevens zal op de overige stukken het contractnummer en / of het oorspronkelijke limietbedrag vermeld moeten zijn.
Wanneer op een aflossingsbewijs niet duidelijk blijkt wel contract voor welk soort kredietfaciliteit met welke limiet wordt of is afgemeld dan zullen alsnog aanvullende stukken worden opgevraagd. Dit moet worden voorkomen door in één keer alles goed aan te leveren. 
 
Dossiers waarin aflossing en afmelding van een kredietfaciliteit benodigd is leveren extra werk op. Ons advies is om tijdig te beginnen met het afgemeld krijgen van kredietfaciliteiten wanneer dit nodig is voor het kunnen verkrijgen van de gewenste hypotheek.

Restschulden op verkochte eigenwoning

Bij schulden ontstaan uit de verkoop van de (fiscale) eigenwoning bepalen geldverstrekkers zelf hoe zij omgaan met de toetsing van de lasten van deze restschulden. Er zijn geldverstrekkers die toetsen de lasten op 2% van de kredietfaciliteit, maar er zijn ook geldverstrekkers die toetsen op basis van de werkelijke lasten van het krediet. Nagenoeg iedere geldverstrekker heeft wel als eis dat het een persoonlijke lening moet zijn over een maximale looptijd van 10 jaren. Vraag ons om advies wanneer er sprake is van een (aanstaande) restschuld, zodat we een passend advies kunnen uitbrengen en kunnen aangeven wat de gevolgen hiervan zullen zijn voor een toekomstige financiering.

Studieschulden (DUO)

Voor deze financiële verplichtingen heeft de overheid een uitzondering gemaakt in de wijze waarop de lasten getoetst moeten worden. De toetsing van deze lasten is minder zwaar dan de toetsing bij consumptieve kredieten. De toetslast is het aanvangssaldo * 0,75%. Slechts als er aanvullende aflossingen gedaan zijn mag er worden getoetst op basis van de nieuwe maandlast.

Studieschulden onder het nieuwe leenstelsel gaan voor een lager percentage meetellen, namelijk aanvangssaldo * 0,45%. Studieschulden staan niet geregistreerd bij het BKR, maar dienen wel te worden gemeld in het hypotheekaanvraagproces. NHG heeft als regel dat verplichtingen waarvan de eerste betaling 12 maanden na het ingaan de financiering ingaan niet mee hoeven te worden genomen in de beoordeling. Geldverstrekkers kunnen hier eigen, strenger beleid op hebben.

Neem gegevens over leningen, achterstanden, verklaringen hierover en het BKR-uittreksel altijd mee naar het adviesgesprek.

Hier vind je informatie over het afsluiten van een hypotheek met een BKR-codering

Filmpjes

 


Schuldhulpverlening via de Gemeente