Verbouwing uit eigen middelen betalen?

Verbouwing uit eigen middelen betalen?

Stel dat je een woning koopt voor € 200.000,=, voor € 40.000,= gaat verbouwen ( naar verwachting ca. 100% waardestijging, vanwege uitbouw en opbouw) en € 10.000,= bijkomende aankoopkosten hebt. Er is dus € 250.000,= nodig. De getaxeerde waarde van de woning bedraagt na verbouwing € 240.000,=, want de geldverstrekker weet dat er verbouwd gaat worden.

Wanneer de hypotheek maximaal € 120.000,= bedraagt, dan is de hypotheekrente gebaseerd op het tarief t/m 50% van de marktwaarde (na verbouwing). 

Stel dat je niet meldt dat je gaat verbouwen. Wat gebeurt er dan?

Dan blijft nog steeds hetzelfde bedrag benodigd voor het totaalplaatje. De (bij de geldverstrekker bekende) waarde blijft € 200.000,=. Wanneer je nu een hypotheek neemt van € 120.000,=, dan is de hypotheekrente gebaseerd op het tarief t/m 60% van de marktwaarde (na verbouwing). Pas wanneer de financiering lager is dan € 100.000,= dan is er sprake van een financiering t/m 50% van de marktwaarde.

Conclusies:

Wanneer je eigen geld hebt en wanneer je wil verbouwen dan kun je dit het beste altijd melden. De waarde van de woning die bij de geldverstrekker bekend is stijgt. Hierdoor zul je sneller in een lagere risicoklasse belanden. Nog steeds betaal je de verbouwing uit eigen geld, maar omdat de geldverstrekker weet dat je dit doet heb je er voordeel van.

Aandachtspunten zijn dat er wel sprake is van een bouwdepot en dat de taxateur ook moet weten dat er een verbouwing zal plaatsvinden. Deze aandachtspunten, noem het nadelen, wegen ruimschoots op tegen het feit dat je (veel) sneller renteopslagen kwijt bent over de hele hypotheek.

Wanneer je zelf wil verbouwen zonder bouwdepot, dan kun je na een verbouwing altijd ervoor kiezen je woning opnieuw te laten taxeren. Hier betaal je dan wel extra voor. Wij kunnen deze taxatie voor je aanvragen. Veel geldverstrekkers geven een rentekorting wanneer blijkt dat je op basis van de waarde na verbouwing uitkomt in een lagere risicoklasse die bij de geldverstrekker wordt gehanteerd. Niet iedere geldverstrekker staat een tussentijdse aanpassing van de rente toe.