De annuïtair dalende risicoverzekering

De annuïtair dalende risicoverzekering

Deze verzekering kent een daling van de hoogte van de dekking. De aanvangsdekking daalt gedurende de looptijd naar 0. De snelheid waarmee de dekking van de verzekering daalt hangt af van het “annuïteitenpercentage”. Hoe hoger het annuïteitenpercentage, hoe langzamer de dekking afneemt.  Dus hoe lager het percentage, hoe sneller de dekking afneemt. Zie ook onze uitleg over de annuïteitenhypotheek

Omdat het doel is dat bij het voortijdig overlijden (een deel van) de hypotheek afgelost wordt kiezen wij altijd voor een hoog annuïteitenpercentage, veelal hoger dan de te betalen hypotheekrente bij een (verbonden) annuïteitenhypotheek. Hiermee verkleinen we de kans dat er alsnog een (hogere dan gewenste) restschuld overblijft. In de toekomst kan de rente wijzigen, waardoor het aflossingsschema anders verloopt dan bij aanvang voorzien was.

Deze variant is vooral aantrekkelijk voor mensen die bijvoorbeeld:

  • Als hoofddoel van de verzekering hebben dat de woonlasten (volledig) komen te vervallen          
  • De gelijkblijvende risicoverzekering te duur vinden
  • Voldoende inkomen over hebben wanneer de hypotheeklasten volledig wegvallen
  • Voldoende partnerpensioen hebben voor de langstlevende

Voorbeeld verloop daling annuïtair dalende risicoverzekering (7% en 3%)

Per 01-01-2018 is het verzekerde kapitaal € 250.000,=, annuïtair percentage 7%

Per 01-01-2018 is het verzekerde kapitaal € 250.000,=, annuïtair percentage 3%

Premieverschil, afname dekking, overschot uitkering

Het premieverschil tussen de beide varianten valt mee. Daarom adviseren we een hoog annuïteitenpercentage. Op deze manier is de daling van de levensverzekering vaak langzamer dan de afname van de hypotheekschuld. Een "overschot" op de aflossing wordt uitbetaald aan de langstlevende.